Incompetentie loont!

Stel u voor.  U bent verantwoordelijk voor een project binnen uw organisatie.  U faalt, en brengt uw bedrijf aan de rand van de afgrond.  Wat gebeurt er dan?  Indien u voor een bank werkt en Kweku Adoboli heet, dan wordt je aangeklaagd (weet u nog, de trader die voor twee miljard verliezen zorgde bij UBS), of indien uw naam Kerviel is (de Franse trader die er in slaagde vijf miljard te verliezen), dan gaat u naar het cachot.

Dat hebben Banken dus wel goed gedaan.  Ze durven hun eigen mensen aanpakken.  Of niet?  Zoals steeds is de waarheid genuanceerder.  Kerviel en Adoboli zijn maar kleine garnalen, ongeacht de grootte van de bedragen die men het toevertrouwde.  De echte kunst bestaat er in om een topfunctie te versieren.  Daar bent u veilig.

Pierre Richard, voormalig topman van Dexia weet er alles van. Hij zorgde voor de koers die Dexia fataal werd…  Heel wat meer verliezen en schade dan de luttele miljarden van de traders.  U zou denken dat de banken even genadeloos voor hem zouden zijn (of nog heftiger zouden reageren).  Maar niets van dat alles.  Hij was slimmer.

Deze man slaagde er in zijn incompetentie beloond te zien met een jaarlijkse bonus van om en bij het half miljoen, die tot 20 jaar na het einde van zijn job wordt uitbetaald.  Een extra pensioentje van 10 miljoen euro.  Ik begin te begrijpen dat banken die je een pensioenspaarplan aanraden dat echt en oprecht menen.  Alleen betekend dit voor hen iets heel aders dan voor u en mij.

Indien u zou denken, ‘dat is afgesproken toen hij werd aangenomen, dan heeft u het mis. In 2004 besliste de Raad van Bestuur, op voordracht van het remuneratiecomité, een aanvullend pensioenfonds te stichten voor de toenmalige CEO (Pierre Richard dus). Sinds zijn pensionering  ontvangt Richard daardoor gedurende 20 jaar een supplement van +/- 500.000 euro per jaar bovenop zijn wettelijk pensioen. (75% van zijn vroegere loon).

Dus, wanneer u een project opzet binnen uw organisatie, jammerlijk faalt en uw bedrijf naar de rand van de afgrond brengt, dan weet u nu wat te doen.  En, even terzijde, indien  Dexia, fel geplaagd door tal van problemen, en in groot risico van zijn verplichtingen niet te kunnen nakomen (ook niet versus hem?), dan is er nog geen probleem, wij staan immers borg voor deze incompetente bende.  Dan betalen u en ik rustig verder zijn bonus.

Wat denkt u?  Zou het hem niet mooi staan ons een bedankbriefje te sturen, of een verjaardagskaart?  Of, op zijn minst een teken van appreciatie te tonen?  Ik denk dat we er lang op mogen wachten

We betalen te veel

We betalen te veel.  Voor zowat alles.  GSM kosten zijn bijvoorbeeld vier maal duurder dan in Frankrijk, voedsel prijzen in grootwarenhuizen zijn duurder dan in de buurlanden, Internet is duurder, energieprijzen zijn duurder dan in de buurlanden en ga zo maar door.

Waarom, vragen velen zich met mij af.  Hoe komt dat?  De uitleg van de supermarkten – dat de aankoop duurder is snijdt geen hout.  Aldi, Lidl, Carrefour, Delhaize… het zijn allemaal internationale organisaties die hun slagkracht ook in België kunnen gebruiken.

En Suez/Gaze de France dan?  Enkele kilometers verder in Frankrijk zijn ze beterkoop.  Ook de anderen Nuon en Co zijn internationale spelers. Ik hoor vele ‘verklaringen’ maar weinig zinnige argumenten.

Een herkenbaarder argument zou dit kunnen zijn: België is klein.  Bovendien is er (wat betreft energie, gsm en internet) weinig keuze.  Die bedrijven zijn geen domme ganzen. Ze weten ook dat wanneer een van hen bereid is zijn marges te laten dalen (en ja hoor, ze verdienen behoorlijk wat en ik gun het hen) de rest moet volgen.

Dat zou betekenen dat de winsten in een klein doelgebied zullen dalen. Zinloos.  Een melkkoetje heeft op een vleesboerderij enkel zin indien ze melk zal leveren zonder te veel aandacht te vragen.  Anders kan je de melk beter gaan kopen (zelfs indien ze te duur is).

De lokale spelers zullen er maar wat te blij mee zijn. Er is geen enkele reden om met minder tevreden te zijn.  Ik herinner me nog enkele politici die bij de liberalisering van de markten trots verklaarden dat wij – de consument – er beter van zouden worden.  Concurrentie, zo klonk het, was goed voor iedereen.

Maar de realiteit ziet er anders uit.  Dat komt omdat velen het begrip concurrentie niet goed begrijpen.  Concurrentie is geen synoniem van prijzenslag.  Slimme organisaties concurreren op ‘extra’s’, op ‘features’, en ‘mogelijkheden’.  Het effect hiervan is dat ze door te concurreren over extra’s (en op die manier tarieven en prijzen onmogelijk complex maken) een argument hebben om duurder te zijn.  En wij slikken dat als zoete koek.

In plaats van een prijzenslag, kregen we een onontwarbaar kluwen van diverse plannen, mogelijkheden, opties onbegrijpelijke zaken die we nooit gebruiken. (doet dit u niet denken aan de bankencrisis en de complexe beleggingsproducten?). Weet u hoe uw tarief exact in elkaar zit (voor energie, uw gsm abonnement….) en hoeveel u betaald voor zaken die u nooit gebruikt?

Deze vorm van collectieve concurrentie behoedt bedrijven voor de uitholling van de marges en zadelt de consument op met kosten voor onbegrijpelijke zaken. Wij zijn de dupe van een begrip (concurrentie) dat diegenen die de liberalisering opgezet hebben niet goed begrepen hebben.  Jammer.  Nu is de grote vraag; wie gaat er iets aan doen?

Cijfers en topverkopers; Belfius boven

Stel je volgende situatie even voor.  Je koopt een bedrijf voor 6 miljard, je beloofd je tevens voor 60 miljard garant te stellen indien de verkoper zijn andere verplichtingen niet kan nakomen.  Het bedrijf dat je koopt maakt 1,6 miljard verlies.  Wat je nu moet doen, is iedereen ervan overtuigen dat dit een winstgevende deal is.  Hoe doe je dat?

Onmogelijk?  Niet voor iedereen.  Yves Leterme slaagde er in dit te doen.  En, wij geloofden hem.  Meer nog, we wenste hem proficiat met de resolute en degelijke oplossing die hij voor Dexia had gevonden.  Zouden wij gewone stervelingen ook met dergelijke logica weg komen?

Eigenlijk komt het neer op het volgende; je stapt naar een bank toe.  Je wil een huis kopen, maar je hebt er geen geld voor, noch een waarborg.  Je laat de bank jou veel te veel geld lenen, en laat de bank zelf tekenen voor een waarborg, ten belopen van 10 maal de kostprijs van het huis. Die waarborg staat niet alleen voor de terugbetaling van je lening, maar ook voor de andere schulden die je hebt. Vervolgens laat je de bank aan iedereen die het wil horen verkondigen dat ze een goede deal gesloten hebben.

Hoe groot denkt u dat de kans is dat dit lukt?  Juist, ik denk het zelfde.  Yves heeft zich in de luren laten leggen.  Moesten we Dexia kopen?  Misschien, waarschijnlijk zelfs.  Het belang van de spaarders, weet u nog?  (en sommige aandeelhouders, wat ons nog eens een arm en een been gekost heeft).

En KBC, en Fortis, en….  Alhoewel het zeer duidelijk is dat er in de bankenwereld fouten gemaakt zijn, is er niets veranderd.  Boni blijven uitgekeerd worden voor mensen die geen resultaten behalen (in tegendeel).  De schuld ligt immers niet bij hen.  Het is de schuld van; de markt, het irrationele gedrag van de beleggers, de complexiteit van de producten, de politici… vul maar in naargelang welke CEO u hoort spreken.

Ondanks dat we miljarden investeerden (u en ik), lijken we te accepteren dat alles business as usual is.  Geen bijkomende controle, geen regelgeving, niets.  De zelfde mensen, de zelfde gewoonten. Soms denk ik dat we beter een ervaren schuldbemiddelaar van het OCM als CEO van die banken moeten aanstellen.  Ze kosten veel minder en leveren betere resultaten af.  Maar niets van dat alles.  De bankiers blijven de wereld regeren, zonder gestoord te worden of zelfs maar op de vingers getikt te worden.

En nu zijn we helemaal gek geworden.  Nu lenen we aan deze heren via de ECB meer dan 500 miljard aan 1% rente.  Wat gaat men hiermee doen?  Goed zou zijn dat dit in staatsobligaties gestoken zou worden en in de lokale economie via leningen aan bedrijven.  Maar we weten wat er mee gaat gebeuren: risico beleggingen met mogelijk hoog rendement.  Het oplossen van korte termijn cashflow problemen, het uitstellen van structurele hervormingen.  Wij betalen dus opnieuw voor hun feestje.

En we klagen over de prijzen in de supermarkten, over energie en telefoon facturen die te hoog zijn, over twee jaar extra werken…  Maar het fundament van onze samenleving (de financiële onderbouw) daar blijven we angstvallig van weg. (Waar blijft het idee van Vande Lanotte enkele maanden geleden?  Ik hoor er niets meer van).

Maar ja, nu hebben we Belfius.  Ik moet zeggen de naam en het logo zijn goed gekozen.  BElgië zal de FInanciële misère van Dexia mogen oplossen, en dat betekend US (wij dus).  Zelfs de kleur van het logo (rood, zoals de verliezen van dexia bank) past er perfect bij.

Wel, Yves had gelijk.  Het was een winstgevende operatie, hij vergat er alleen bij te vertellen dat die winst niet voor ons was, maar voor de banken. Ik denk dat ik de volgende keer dat ik een lening nodig heb, Yves ga vragen mee te gaan naar de bank.  Hij kan wat niemand anders kan.  Voor mij is hij de absolute topverkoper van het afgelopen jaar.

Akkoord, maar niet voor ons…

Het is een gekende aanpak van politici.  Men gaat ergens in principe mee akkoord (dat staat steeds goed, en geeft een indruk van openheid, begrip en gemeenschapszin) en bewijst direct er na dat het niet zal werken.

Een voorbeeld; in principe zijn we akkoord om langer te werken.  Voor ons – wij hebben namelijk een zwaar beroep – kan dit echter niet.  Of nog; we zijn akkoord dat we moeten besparen, alleen, voor ons departement kan dit niet meer, we zitten al op het bot.  Of nog, we zijn akkoord dat er meer belast moet worden op hen die veel hebben, alleen, indien we een vermogensbelasting (of belasting op beurstransacties, of….) invoeren, dan zal het kapitaal wegvluchten uit ons land en verarmen we.

Het systeem wordt zo vaak toegepast, dat we het niet eens meer merken.  Wat we onthouden, is de positieve indruk die het principe akkoord mee brengt, en zo verliezen we de basis van de discussie uit het oog.  We beginnen te debatteren over indrukken die men wekt en uitspraken die men doet, maar niet over de kern van de zaak.

Jammer, zo worden ons vele zinloze maatregelen opgedrongen, zonder dat we echt iets structureels verbetert hebben.  Het is een beetje als de uitspraak ‘als ons kat melk gaf, was het een koe’.  Het klinkt leuk, maar er klopt niets van.  Ondanks dit zinloze gehalte, is de zin een discussie sluiter.  Je kan er namelijk niets meer op zeggen.  Je kan alleen aandragen dat de kat in dat geval waarschijnlijk gewoon pas bevallen is, maar zeker geen koe is geworden.  Maar ook dat zal geen zoden aan de dijk brengen.

In deze tijden van begrotingscontrole (wanneer we geld moeten vinden) is deze techniek immens populair.  Niemand zal erkennen dat we extra inkomsten moeten vinden, of – nog beter – uitgaven moeten verminderen.  Alleen zal iedereen proberen zichzelf van die inspanningen te isoleren.  De discussie gaat vervolgens over specifieke zaken in plaats van over een structurele visie.

De afgelopen weken werden we gebombardeerd met groepen (vakbonden, belangen verenigingen, werkgeversorganisaties) die allemaal de nood erkenden om actie te ondernemen, maar allemaal redenen hadden waarom zij ervan uitgesloten moesten worden.  Bedroevend en beschamend, dat er dan geen ander alternatief geboden werd dan een andere groep aan te pakken.

Misschien is de tijd gekomen om het amalgaan van verworven rechten en opgestapelde structuren eens fundamenteel en met open vizier te bekijken.  Om eens echt schoon schip te maken en een nieuw, aan de 21° eeuw aangepast, sociaal en rechtvaardig model op te stellen.  Een model dat zorgt dat geen 15% van de bevolking in armoede moet leven.  Een model dat ondernemers ruimte en zuurstof geeft en werknemers rust, zekerheid en vooruitzichten kan brengen.

Dat kan niet door hiermee akkoord te gaan en vervolgens te zeggen dat het voor u niet zal werken, dat het oude voor u moet blijven bestaan.  Dat wil zeggen dat we allemaal, samen, het geheel moeten durven bekijken.

Verandering is altijd moeilijk, maar biedt ook altijd kansen.  Ervaring leert (historici zullen dit beamen) dat de eerste die de hand aan de ploeg durft te slaan, de grootste oogst zal binnen halen.  Durven we, of lopen we weg?

De kost van het compromis

Heeft u zich ooit afgevraagd waarom politici zo een grote voorstanders zijn van een compromis?  Waarom ze het als een absoluut axioma aannemen dat men een compromis moet zoeken?  De enige uitleg die ik er ooit over kreeg, is dat het een goede manier is om standpunten te verzoenen en eenieder een bijdrage te laten leveren aan het geheel.  Nonsens!

Bij een compromis neem je een beetje van alles, zonder fundamentele zaken aan te pakken.  Een compromis is een amalgaam van diverse visies.  Iets wat uiteindelijk een gedrocht wordt van verschillende zaken die geen samenhang met elkaar vertonen.

Je ziet deze zelfde attitude terug komen bij managers die niet in staat zijn te leiden.  Een compromis, zo leerde ik doorheen de jaren, is de duurst mogelijke oplossing met de laagst mogelijke return.  Een compromis is een excuus om geen duidelijke keuzes te maken en het status quo te laten bestaan.

Wat een compromis zo duur maakt?  Simpel.  Er zijn vier zaken die er voor zorgen dat een compromis de slechts mogelijke oplossing is.  Het neemt veel meer tijd in beslag.  Dat alleen al zorgt voor een boel extra kosten en gemiste kansen.

Een compromis zet geen duidelijk project uit.  Er zijn tal van diverse, niet samenhangende zaken die moeten gebeuren.  Een tweede aspect dat van een compromis een dure aangelegenheid maakt.  Er is geen synergie tussen de diverse aspecten.    Ten derde zorgt een compromis voor tal van ‘compensaties’, uitgaven die anders niet gedaan werden.

Tot slot, zal elke deelnemer aan een compromis dit compromis bij de eerst mogelijke gelegenheid afvallen.  Het is een ideale schuilplaats voor wanneer het mis loopt.  Iedereen kan er steeds op wijzen dat zijn visie niet gevolgd werd omwille van dit compromis, en dat hij dus geen verantwoordelijkheid draagt voor het falen er van.

Deze nadelen zijn waarschijnlijk de redenen waarom politici houden van een compromis.  Vreemd hoe nadelen voor ons allen, voordelen zijn voor politici.

Een alternatief

Wat is het alternatief, zal u vragen.  Wij zijn immers decennia lang platgeslagen met de nood aan een compromis.  Zozeer zelfs, dat we er intuïtief in beginnen geloven.  Wel, er bestaat een simpel, goedkoop en efficiënt alternatief voor een compromis.  We noemen het keuzes maken.

Keuzes maken werkt anders.  Je begint met samen te bepalen hoe het einddoel er uit moet zien.  Een eindvisie waar iedereen in kan leven.  Hier moeten spijkers met koppen geslagen worden en duidelijke keuzes gemaakt worden.  Het moet een eindresultaat zijn waar iedereen achter staat.

Dan begin je met acties en planningen op te zetten die je steeds een stapje dichter bij dat eindresultaat brengen.  Dit gaat snel, je weet immers waar je naar toe wil en hoeft niet in cirkels rond te draaien.

De acties die je moet ondernemen, zijn helder, er hoeft geen ‘compensatie’ gepland te worden en de synergie tussen de acties is automatisch.  Ze werken immers naar het zelfde doel toe.  De kost is dus beduidend lager dan bij een compromis.

Maar verbergen kan niet meer.  Iedereen staat achter het einddoel.  Loopt het mis, is de verantwoordelijkheid gedeeld.  Loopt het  goed, behoort het succes aan allen toe.

Misschien is het dit laatste gegeven dat keuzes maken zo onpopulair maakt bij politici…

Over cijfers, regeringsonderhandelingen en goede wil

cijfers en financiënSoms maken cijfers zaken duidelijker, soms verdoezelen ze de realiteit. Je mag de werkelijkheid niet uit het oog verliezen.  Het is een waarschuwing die we vaker horen.  Op zijn minst geeft dit de onbetrouwbaarheid van onze perceptie van de werkelijkheid weer.  Cijfers spelen een hoofdrol in deze.  Ze laten je toe nagenoeg alles te bewijzen, daar ze steeds maar een deel van de waarheid laten zien; dat deel dat de cijferaar wil dat je ziet.

En zo ontstaan reuze denkfouten.  Zo ontstaat er een werkelijkheid die – door cijfers bewezen – los staat van de realiteit van elke dag.  De grote cijfer valkuil van onze regeringsonderhandelaars en politici in het algemeen.  U zal waarschijnlijk, net als ik, nog moeilijk kunnen volgen.  Laten we de zaken eens in analogie bekijken, en zien of wij een oplossing kunnen vinden.

Stel dat…

U en uw partner willen wat meer zelfstandigheid in uw relatie (hypothetisch natuurlijk).  En beiden moet u voor de kinderen zorgen, die absoluut zeker zijn dat ze te weinig centen krijgen. (minder hypothetisch, weet ik als vader van drie).

Goed, u begint met elkaar te spreken.  U heeft een schuld die bijna even groot is als uw jaar inkomen (uw persoonlijk bruto nationaal product).  Bovendien geeft u per jaar meer uit dan uw jaarinkomen (uw persoonlijk begrotingstekort).  Om de zaken nog ingewikkelder te maken, dringt uw bank (uw Europa) er op aan om snel een plan op te stellen om de zaken recht te trekken.

Fout een, de cijfers nadien

Het zal wel duidelijk zijn dat uw gezin op een catastrofe afstevent, behoudens u snel en adequaat ingrijpt.  Dus, u begint te spreken over wat u het meest na aan het hart ligt.  U begint te spreken over hoe u beiden meer zelfstandig kunt leven, zonder te scheiden.  Uw insteek?  De kinderen moeten meer krijgen, en geen van de twee mag verarmen. (u mag zelf bepalen welk landsdeel u bent, en de kinderen zijn natuurlijk ons hoofdstedelijk gewest).

U neemt hier ruim de tijd voor.  Zeer ruim de tijd.  Inmiddels blijven andere problemen onaangeroerd.  Meer nog,   U mist een promotie en uw inkomsten dalen, omdat uw werkgever merkt dat u niet meer werkt zoals het hoort.  Maar geen van u twee wil het met minder doen, ondanks dat u door de gewonnen vrijheid zelf kan bepalen hoeveel u gaat verdienen door meer te werken of beter te beleggen.

Wanneer u eindelijk klaar bent met het beschrijven van uw toegenomen zelfstandigheid en de kinderen meer beloofde, zonder zelf in te leveren, dan gaat u de financiële situatie bekijken (inmiddels zijn we meer dan anderhalf jaar verder).

Fout twee, cijfers en wensen

U hoort van iedereen in uw omgeving dat het dringend tijd wordt, dat er ook eens aan de financiële situatie gedacht wordt.  Dus, vol goede moed gaat u aan de slag.  U stelt een deadline op voor uw bankiers, schuldeisers, familie en begint te spreken met elkaar.  In plaats van samen de basis problemen te bespreken, bespreekt u uw wensen voor de toekomst en probeert de cijfers daaraan aan te passen.

U heeft nochtans tal van manieren om uw financiële situatie te verbeteren.  U zou de tuinman wat minder vaak kunnen laten komen en zelf het gras maaien.  U zou die dure benzine verslindende 4X4 kunnen wegdoen en een zuinigere en goedkopere wagen kunnen kopen.  U zou zelf kunnen strijken en wassen, u zou zuiniger met energie en water kunnen omgaan, u zou prioriteit kunnen geven aan schulden afbetalen (en zo intresten uitsparen) in plaats van die laatste nieuwe tablet te kopen.  Er zijn vele mogelijkheden.

Fout drie, cijfers en geloofwaardigheid

Maar u bent slimmer, u voorziet een loonstijging als oplossing voor de problemen.  Alleen moet u nu nog uitmaken wie daarvoor zal zorgen.  Verder beslist u dat u het binnen twintig jaar, wanneer u met pensioen gaat, met iets minder zal doen.

Bovendien voorziet u minder uit te geven aan dokterskosten,  u gaat minder uitgeven aan goede doelen.  Tot slot besluit u uw buren, die een stukje van uw tuin huren, u twee maal zoveel zullen gaan betalen (zo heeft u ook uw eigen nucleaire rente).

Twee jaar later is uw plan klaar.  Het is onderbouwd door cijfers.  Het is uitgesproken en – alhoewel niet van harte – een gedeelde visie van u beiden.  Vervolgens stapt u naar uw schuldbemiddelaar en legt hem het plan voor.  Indien u zelf mocht oordelen over dit plan en de aanpak, wat zou u er van denken?